Instrument voor noodhulp
Direct naar de inhoud

Instrument voor noodhulp

  • Gearchiveerde pagina

    De webpagina’s in deze rubriek worden niet meer bijgewerkt. De inhoud kan verouderd zijn en dient alleen te worden geraadpleegd voor informatie m.b.t. het verleden.

Het instrument voor noodhulp (ESI) werd in 2020 geactiveerd in de vroege fase van de coronacrisis. Het was bedoeld om de lidstaten te helpen problemen ten gevolge van de coronacrisis op een strategische en gecoördineerde manier op Europees niveau aan te pakken en was tot januari 2022 van kracht.  

Vervoer van essentiële goederen, medische teams en patiënten

Een deel van de totale financiering van het instrument voor noodhulp werd toegewezen aan het mobiliteitspakket, dat steun verleende voor: 

  • Emergency kit

    Het vrachtvervoer van medische nood- en hulpgoederen naar plaatsen in de EU waar zij het hardst nodig waren 

  • Protective equipment

    Het vervoer van patiënten naar vrije bedden in andere EU-landen of buurlanden van de EU Hierdoor kon reservecapaciteit worden benut om de taken van gezondheidsdiensten die het risico liepen overbelast te raken, te verlichten. Het zorgde er ook voor dat zo veel mogelijk patiënten konden rekenen op behandeling. 

  • Advisory group

    Het vervoer van medisch personeel en mobiele medische teams van en naar andere EU-landen en buurlanden van de EU, om te zorgen voor medische bijstand waar die het hardst nodig was 

     

Deze aanvullende financiering kwam bovenop de steun die al beschikbaar was via het EU-mechanisme voor civiele bescherming en de levering van beschermende uitrusting via rescEU

Tijdens de activering van het instrument voor noodhulp heeft de Commissie meer dan 164 miljoen euro toegewezen voor vrachtzendingen van medische artikelen, vaccinatiegerelateerde uitrusting en geneesmiddelen, en 9 miljoen euro voor het vervoer van medische teams en de overdracht van patiënten.  

In totaal werden met deze bijstand meer dan 2.000 operaties via de lucht, het land en de zee ondersteund. Deze vervoerden levensreddende persoonlijke beschermingsmiddelen en medische uitrusting naar Europa, evenals 515 gezondheidswerkers en 135 patiënten. 

UV-ontsmettingsrobots voor ziekenhuizen in heel Europa

De Commissie stelde 12 miljoen euro uit het instrument voor noodhulp beschikbaar om 305 UV-ontsmettingsrobots te doneren aan ziekenhuizen in 27 lidstaten.  De robots desinfecteren snel en veilig een standaard patiëntenkamer. Op die manier helpen zij de druk op ziekenhuispersoneel te verlichten en patiënten beter te beschermen tegen infecties door ziekteverwekkers.   

Meer opleiding in ic-vaardigheden voor zorgpersoneel

De Europese Commissie trok 2,5 miljoen euro van het Instrument voor noodhulp uit voor de opleiding van een multidisciplinaire reserve van gezondheidswerkers die op de intensive care kunnen worden ingezet. Het programma liep acht maanden en in ziekenhuizen overal in de EU zijn in totaal zo’n 17.000 artsen en verpleegkundigen opgeleid. Zorgpersoneel dat anders niet op de ic werkt, heeft zo de nodige vaardigheden gekregen om daar te kunnen inspringen. Daardoor waren er meer mensen inzetbaar toen de ic-capaciteit snel, tijdelijk en drastisch moest worden opgeschaald.  

Europees digitaal coronacertificaat

Het Europees digitaal coronacertificaat werd op 1 juli 2021 ingevoerd. Al op 17 maart 2021 had de Europese Commissie een voorstel ingediend voor de invoering van een Europees digitaal coronacertificaat om het veilige vrije verkeer van burgers binnen de EU tijdens de pandemie mogelijk te maken. Op 27 september 2021 heeft de Commissie in totaal 95 miljoen euro aan subsidies toegekend aan 20 EU-lidstaten voor de aankoop van coronatests om de afgifte van het Europees digitaal coronacertificaat mogelijk te maken.  

Zorgen voor interoperabiliteit 

De Commissie heeft in het kader van het instrument voor noodhulp ongeveer 16 miljoen euro uitgetrokken voor de infrastructuur die nodig is voor de afgifte en verificatie van interoperabele vaccinatie-, test- en herstelcertificaten. 

Voortbouwend op de ervaring die is opgedaan met de oprichting van de European Federation Gateway Service (EFGS) voor de grensoverschrijdende uitwisseling van gegevens tussen nationale mobiele applicaties voor het traceren en waarschuwen van contacten, heeft de Commissie de EU-gateway ontwikkeld. Dit werd de beveiligde digitale infrastructuur die de nationale systemen met elkaar verbindt met het oog op een betrouwbare verificatie van interoperabele certificaten in de hele EU. Na een succesvolle proeffase werd de EU-gateway op 1 juni 2021 operationeel, zodat de certificaten over de grenzen heen konden worden gecontroleerd. 

Europees digitaal coronacertificaat 

 

Koppeling van mobiele applicaties voor contacttracering over de grenzen heen

22 EU/EER-landen hebben nationale mobiele contacttracerings- en waarschuwingsapps ingevoerd om de besmettingsketen van het coronavirus te breken en levens te redden. Deze landen en de Commissie zorgden ervoor dat deze apps grensoverschrijdend interoperabel waren. 19 van de 22 landen waren aangesloten op de European Federation Gateway Service (EFGS) en zo met elkaar verbonden. 

In het kader van het instrument voor noodhulp is ongeveer 10 miljoen euro beschikbaar gesteld om de interoperabiliteit van mobiele contacttracerings- en waarschuwingsapps te ondersteunen. Hiervan werd 7 miljoen euro gebruikt voor de ontwikkeling en uitrol van de EFGS, de EU-brede gateway die dergelijke grensoverschrijdende interoperabiliteit mogelijk maakte, en 3 miljoen euro werd beschikbaar gesteld om de lidstaten te ondersteunen bij de aanpassing van hun nationale apps en systemen om verbinding te maken met deze gateway.  

Corona-apps van de EU-lidstaten

Disclaimer. De pagina is voor het laatst bijgewerkt in september 2023.